Er zijn paarden die onderdeel worden van je leven. En er zijn paarden die onderdeel worden van jou.
Boon was voor mij zo’n paard.
Ik wist al vrij snel dat hij anders was. Niet omdat hij het makkelijkste paard was, of omdat alles vanzelf ging. Juist niet. Ik zag dat hij in een systeem stond dat hem niet paste. Tegelijkertijd voelde ik dat ik hem iets kon bieden wat hij nodig had: een andere manier van kijken, een andere manier van samenwerken en een plek waarin hij meer zichzelf mocht zijn.
Wat begon als een paard in mijn leven, werd uiteindelijk zoveel meer. Boon was mijn maatje, mijn zielsmaatje, mijn leermeester. Hij gaf mij zekerheid en vertrouwen. Hij leerde mij dingen over paarden, maar ook over mezelf. En zelfs mijn man leerde hij levenslessen.
Ik zag Boon praktisch iedere dag. Nog voordat hij van mij was, deed ik al mijn best om hem meerdere keren per week te zien. We deelden niet alleen trainingen en doelen, maar ook het gewone leven: de stal, het verzorgen, het wandelen, het trainen en het plezier. Maar vooral deelden we onze verbinding.
Misschien is dat precies waarom het verlies zo groot is. Niet alleen omdat een paard overleed, maar omdat een relatie eindigde.
Een paard is niet “maar een dier”
Wanneer een dier overlijdt, wordt het verdriet soms nog steeds anders bekeken dan wanneer een mens overlijdt. “Het was toch een paard?”
Maar voor degene die het dier verliest, klopt die omschrijving vaak helemaal niet. Een dier kan onderdeel worden van je dagelijks leven, je routines, je sociale omgeving en je gevoel van verbondenheid. Voor veel mensen wordt een dier een familielid of een belangrijke relationele partner. De band kan veiligheid, gezelschap, steun, plezier en betekenis geven (Walsh, 2009).
Dat is misschien ook waarom het verlies van een dier zo diep kan ingrijpen. Je verliest niet alleen een levend wezen, je verliest een relatie die verweven is geraakt met je eigen leven.
Bij Boon was dat heel letterlijk. Hij was onderdeel van mijn dagen. Er waren zoveel kleine momenten die samen onze relatie vormden: naar hem toe gaan, hem verzorgen, samen trainen, samen niets doen, kijken, voelen, afstemmen. Veel van die momenten waren op zichzelf helemaal niet bijzonder, maar samen waren ze ons leven.
Juist daarin zit iets bijzonders aan de mens-dierrelatie. Een relatie hoeft niet uit woorden te bestaan om betekenisvol te zijn. Sterker nog: met een paard bestaat een groot deel van de communicatie juist uit alles wat niet wordt uitgesproken.
Een paard reageert op onze houding, beweging, aandacht en manier van benaderen. Onderzoek laat zien dat paarden menselijke signalen kunnen waarnemen en dat eerdere ervaringen met mensen hun latere interacties kunnen beïnvloeden (Merkies & Franzin, 2021). Tegelijkertijd is het wetenschappelijk nog te vroeg om zonder meer te zeggen dat de relatie tussen mens en paard hetzelfde werkt als een klassieke menselijke hechtingsrelatie. Onderzoek naar specifieke hechtingskenmerken bij paarden laat daar nog veel vragen over bestaan (Payne et al., 2016).
Maar misschien hoeven we niet alles precies te kunnen benoemen om te erkennen dat een relatie bestaat. Ik hoefde met Boon niet te praten om te weten dat hij mij kende. Ik hoefde hem niet uit te leggen hoe mijn dag was om te merken dat ik anders bij hem aankwam.
Onze communicatie zat in kleine dingen: in timing, in lichaamstaal, in vertrouwen en in de keuzes die we samen maakten. Juist daardoor werd hij voor mij meer dan een paard dat ik verzorgde of trainde.
Hij werd een samenwerkingspartner.
Rouw heeft geen vijf nette stappen
We kennen allemaal het beeld van de vijf fasen van rouw: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en aanvaarding. Het klinkt overzichtelijk.
Bij mij was het dat niet.
Eigenlijk is dat ook niet zo vreemd. Het bekende model van Kübler-Ross (1969) werd oorspronkelijk beschreven vanuit gesprekken met mensen die zelf geconfronteerd werden met hun naderende overlijden. Het model is later veel breder toegepast op rouw, maar het is geen wetenschappelijk stappenplan dat iedereen na een verlies doorloopt.
Rouw beweegt. Soms vooruit, soms achteruit en soms lijkt het even stil te staan.
Het Dual Process Model van Stroebe en Schut (1999) beschrijft rouw bijvoorbeeld als een voortdurend bewegen tussen verschillende processen. Aan de ene kant is er het verlies zelf: het gemis, het verdriet, de herinneringen en het verlangen. Aan de andere kant is er het gewone leven dat doorgaat: werken, praten met mensen, nieuwe dingen oppakken en opnieuw je weg vinden.
Je kunt dus op maandag volledig worden overspoeld door verdriet en op dinsdag een uur lang ergens om lachen. Dat betekent niet dat je minder van je dier hebt gehouden. Het betekent dat je mens bent en dat je leven ondertussen doorgaat.
Ook ik merkte dat.
De eerste dagen
Het afscheid van Boon was de ergste keuze die ik in mijn leven heb moeten maken. Misschien juist omdat ik wist dat het de juiste keuze voor hem was. Dat maakte het niet minder verschrikkelijk.
Ik voelde verdriet. Heel veel verdriet. Een soort verdriet waarvan ik me op dat moment niet kon voorstellen dat het ooit minder zou worden. De eerste drie dagen heb ik bijna non-stop gehuild. Ieder berichtje met “sterkte” kon opnieuw de sluizen openzetten. Het voelde alsof er geen einde aan zou komen.
Daarna veranderde er iets. Niet dat het verdriet weg was. Absoluut niet. Maar de grootste wolk in mijn hoofd trok langzaam op. Ik kon weer praten. Ik kon weer luisteren. Ik kon weer een beetje functioneren.
En toen moest het gewone leven verder. Mijn school begon die week weer en dat vond ik ingewikkeld. Ik moest tegelijkertijd rouwen om Boon én een nieuwe groep leerlingen begeleiden in hun eerste periode als mentorklas. Twee processen die niets met elkaar te maken leken te hebben, maar wel tegelijkertijd mijn aandacht en energie vroegen.
Ik merkte dat ik in de eerste weken nauwelijks belastbaar was. Ik wilde en kon weinig onthouden. Gesprekken bleven minder goed hangen. De tijd voelde soms veel te lang en tegelijkertijd veel te kort.
Wat mij hielp, was dat ik daar niet over hoefde te doen alsof. Door open te zijn over waar ik doorheen ging, ontstond ruimte. Voor mezelf, maar ook bij anderen. Ik hoefde niet meteen weer degene te zijn die alles kon.
Ik mocht rouwen op mijn eigen tempo.
Rouw is ook het missen van een toekomst
Bij het overlijden van een paard verlies je niet alleen wat er was. Je verliest ook wat je dacht dat nog zou komen. Dat vond ik misschien wel één van de moeilijkste kanten van het afscheid van Boon.
Ik had gehoopt hem nog een beter leven te kunnen geven. Ik had plannen, dromen en dingen die ik nog met hem wilde doen.
En ineens was er geen “later” meer.
Dat kan een bijzonder soort machteloosheid geven. Je kunt alles willen geven voor een dier, maar soms is liefde juist erkennen dat je het niet meer beter kunt maken.
Dat ik hem moest laten gaan, voelde niet als opgeven. Het voelde als de laatste keer dat ik voor hem kon kiezen.
De relatie verandert, maar verdwijnt niet
Een van de dingen die ik bijzonder vind aan rouw, is dat een relatie niet per se ophoudt omdat het leven ophoudt.
In de rouwliteratuur wordt steeds meer gesproken over continuing bonds: een blijvende verbinding met degene die je verloren bent. Het idee is niet dat je moet doen alsof er niets veranderd is. De fysieke relatie is daadwerkelijk weg. Maar de betekenis die iemand of een dier in je leven heeft gehad, kan onderdeel blijven van wie je bent (Klass et al., 1996; Field, 2006).
Ook bij het verlies van een dier wordt zo’n blijvende verbinding beschreven. Onderzoek laat zien dat herinneringen, rituelen en andere manieren van verbonden blijven voor sommige mensen kunnen helpen om zich aan te passen aan het verlies (Lykins et al., 2024; Packman et al., 2022).
Dat herken ik. Ongeveer zes weken na zijn overlijden merk ik dat mijn eigen ruimte langzaam terugkomt. Tegelijkertijd voelt het alsof Boon mijn hart nog steeds vult.
Hij stuurt mij. Hij leidt mij.
Niet letterlijk natuurlijk. Maar alles wat hij mij heeft geleerd, reist met mij mee. Misschien is dat wel een van de meest bijzondere kanten van een betekenisvolle relatie: dat de ander uiteindelijk onderdeel wordt van de manier waarop jij naar de wereld kijkt.
Wat Boon mij heeft geleerd
Boon heeft mij geleerd dat je mag dromen. Dat je dromen niet kleiner hoeft te maken omdat ze misschien ingewikkeld, spannend of onwaarschijnlijk lijken.
Hij heeft mij geleerd dat veilige plekken ertoe doen. Dat een mens of een paard zich pas echt kan ontplooien wanneer er ruimte is om zichzelf te zijn.
Hij heeft mij geleerd dat een goed team om je heen het verschil kan maken. Dat je niet alles alleen hoeft te dragen. Dat zorgen voor elkaar ook betekent dat je elkaar de ruimte geeft om te herstellen, te groeien en opnieuw vertrouwen te vinden.
Maar misschien heeft hij mij vooral iets geleerd over paarden. Ik kijk anders naar onze relatie met hen.
Een paard is geen gebruiksvoorwerp. Geen middel om een doel te bereiken. Geen dier dat er simpelweg is om ons te dragen, ons te laten winnen, ons een rozet te bezorgen of onze dromen mogelijk te maken.
Een paard is een samenwerkingspartner.
En dat vraagt iets van ons. Als wij werkelijk spreken over een relatie met een paard, dan kunnen we niet alleen kijken naar wat het paard ons oplevert. Dan moeten we ook kijken naar wat wij het paard bieden: naar zijn welzijn, zijn behoeften, zijn grenzen, zijn ervaringen en zijn mogelijkheid om invloed te hebben op wat er met hem gebeurt.
Onderzoek naar mens-paardinteracties laat zien dat onze manier van omgaan met paarden invloed kan hebben op hun gedrag, fysiologie en welzijn. Tegelijkertijd is veel onderzoek nog gericht op het herkennen van negatieve effecten, terwijl er juist behoefte is aan meer kennis over wat positieve interacties voor paarden betekenen (Hartmann et al., 2021; Hall & Kay, 2024).
Dat vind ik belangrijk. Want hoe bijzonder is het eigenlijk dat een paard ons op zijn rug accepteert? Dat een dier dat zoveel sterker is dan wij, met ons wil samenwerken? Dat we überhaupt de mogelijkheid krijgen om zo dicht bij zo’n dier te komen?
Voor mij is dat geen vanzelfsprekendheid meer. Boon heeft ervoor gezorgd dat ik daar anders naar kijk.
Misschien moeten we daarom niet alleen vragen: “Wat kan dit paard voor mij betekenen?”
Maar minstens zo vaak: “Hoe kan ik voor dit paard een mens zijn bij wie het goed kan leven?”
Ik hoef niet over Boon heen
Ik denk niet dat ieder einde automatisch het begin is van iets nieuws. Soms is een einde gewoon een einde.
En dat mag.
We hoeven ieder verlies niet meteen om te vormen tot een nieuwe kans. We hoeven uit ieder verdriet een les te trekken. En we hoeven niet te doen alsof iets “ergens goed voor was”, alleen omdat we uiteindelijk iets uit een moeilijke ervaring meenemen.
Sommige dingen doen gewoon pijn omdat ze belangrijk waren. Misschien is dat precies wat rouw zo ingewikkeld maakt: je wilt dat het verdriet minder wordt, maar je wilt het dier nooit minder belangrijk maken.
Ik hoef niet over Boon heen. Ik hoef hem ook niet achter me te laten. Ik mag verder mét wat hij mij heeft gegeven.
Ik mag genieten van wat er is geweest: van alle gewone dagen, van de trainingen, van het plezier, van de moeilijke momenten, van de lessen en van de verbinding.
Van hem.
Boon is er niet meer. Maar de relatie die wij hadden, heeft wel bestaan. En die geschiedenis kan niemand mij afnemen.
Misschien is dat uiteindelijk wat rouwen voor mij betekent: niet leren vergeten, maar leren leven met het feit dat iets wat zo waardevol was, niet meer op dezelfde manier aanwezig is.
En ondertussen blijven dromen.
Omdat hij mij juist dát heeft geleerd.
Bronnen
Field, N. P. (2006). Continuing bonds in adaptation to bereavement: Introduction. Death Studies, 30(8), 709–714. https://doi.org/10.1080/07481180600848091
Hall, C., & Kay, R. (2024). Living the good life? A systematic review of behavioural signs of affective state in the domestic horse (Equus caballus) and factors relating to quality of life. Part 2: Horse-human interactions. Animal Welfare, 33, e41. https://doi.org/10.1017/awf.2024.41
Hartmann, E., Christensen, J. W., & Keeling, L. J. (2021). The effect of human-horse interactions on equine behaviour, physiology, and welfare: A scoping review. Animals, 11(10), 2969. https://doi.org/10.3390/ani11102969
Klass, D., Silverman, P. R., & Nickman, S. L. (Eds.). (1996). Continuing bonds: New understandings of grief. Taylor & Francis.
Kübler-Ross, E. (1969). On death and dying. Macmillan.
Lykins, A. D., McGreevy, P. D., Bennett, B., Paul, N. K., & Gotsis, N. (2024). Attachment styles, continuing bonds, and grief following companion animal death. Death Studies, 48(7), 698–705. https://doi.org/10.1080/07481187.2023.2265868
Merkies, K., & Franzin, O. (2021). Enhanced understanding of horse-human interactions to optimize welfare. Animals, 11(5), 1347. https://doi.org/10.3390/ani11051347
Packman, W., Field, N. P., Carmack, B. J., Ronen, R., & Cowen, S. (2022). The impact of continuing bonds between pet owners and their pets following the death of their pet: A systematic narrative synthesis. OMEGA—Journal of Death and Dying. https://doi.org/10.1177/00302228221125955
Payne, E., DeAraugo, J., Bennett, P., & McGreevy, P. (2016). Exploring the existence and potential underpinnings of horse-human and dog-human attachment bonds. Applied Animal Behaviour Science, 178, 74–85. https://doi.org/10.1016/j.applanim.2016.02.004
Stroebe, M., & Schut, H. (1999). The dual process model of coping with bereavement: Rationale and description. Death Studies, 23(3), 197–224. https://doi.org/10.1080/074811899201046
Walsh, F. (2009). Human-animal bonds I: The relational significance of companion animals. Family Process, 48(4), 462–480. https://doi.org/10.1111/j.1545-5300.2009.01296.x
Maak jouw eigen website met JouwWeb