Soms hoef je elkaar niet te verstaan om elkaar te begrijpen

Gepubliceerd op 23 augustus 2026 om 16:52

Ik was in Duitsland.

Een land waarvan ik de taal redelijk kan verstaan, zolang er geen ingewikkeld jargon wordt gebruikt. Terugpraten is alleen een ander verhaal. Mijn Duitse woordenboek in mijn hoofd is een stuk kleiner dan mijn Nederlandse.En toch stond ik daar. Een week lang. Tussen kinderen,        paarden, natuur en mensen die ik daarvoor nog niet kende.

En ergens dacht ik: hoe bijzonder is het eigenlijk dat dit gewoon werkt?

Niet omdat we elkaar altijd perfect konden verstaan. Juist niet. Maar omdat verbinding blijkbaar veel meer vormen kent dan alleen taal.

Je hoeft niet alles te kunnen om mee te kunnen doen

Ik kwam naar Duitsland voor een week vrijwilligerswerk bij Green Care Farm. Ik mocht daar niet alleen meekijken. Ik werd onderdeel van het geheel. Ik woonde een week bij familie Berkhoff in huis. Ik at er, sliep er, werkte er. Ik hielp met uitmesten en voeren, trainde paarden, mocht sessies bijwonen en kreeg de ruimte om zelf mee te werken.

Van begin tot eind.

En wat mij misschien nog wel het meest raakte, was dat ik nergens het gevoel had dat ik eerst precies moest bewijzen wat ik kon. Ik mocht er gewoon zijn. Dat klinkt misschien klein. Maar dat is het niet. Want gedurende die week zag ik steeds opnieuw iets gebeuren wat mij als pedagoog diep raakte:

Er werd gekeken naar mogelijkheden en wensen, niet naar beperkingen en beren op de weg.

Dat was geen mooie theorie die ergens op een muur hing. Het was zichtbaar in de praktijk. Bij iedere sessie opnieuw. Er waren bijvoorbeeld kinderen met lichamelijke beperkingen. Er werd gekeken naar wat zij nodig hadden om toch mee te kunnen doen. Er waren aangepaste zadels en andere manieren om ervoor te zorgen dat het paard en de beweging toegankelijk werden.

Niet:

Dit kan niet.

Maar:

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het wél kan?

En precies daar ging mijn pedagogische hart van aan. Het deed me denken aan het ontwikkelingsgerichte kijken waar Martine Delfos veel over schrijft: niet alleen kijken naar het gedrag of de beperking die voor je staat, maar proberen te begrijpen wie het kind is, hoe het zich ontwikkelt en wat het nodig heeft om verder te kunnen groeien (Delfos, 2011). En dat was precies wat ik daar zag. Niet de beperking als vertrekpunt. Maar het kind.

Niet over een kind praten. Met een kind praten.

Ik zag kinderen die werden gevolgd in plaats van gestuurd. Er werd mét hen gesproken, niet alleen over hen of tegen hen. Ze kregen verantwoordelijkheid. Ze mochten oefenen. Ook met dingen die moeilijk waren.Ze mochten hun eigen ideeën delen. Inspraak hebben. Ervaren. Mislukken. Opnieuw proberen.

Daar moest ik denken aan het werk van Edward Deci en Richard Ryan. Binnen hun Self-Determination Theory beschrijven zij drie belangrijke psychologische basisbehoeften: autonomie, competentie en verbondenheid (Deci & Ryan, 2000). En eigenlijk zag ik ze daar alle drie terug.

Autonomie: ik mag meedenken en invloed hebben.

Competentie: ik mag oefenen en ervaren dat ik iets kan.

Verbondenheid: ik hoor erbij.

Het bijzondere vond ik dat dit niet als een methode bovenop de kinderen werd gelegd. Het zat verweven in de manier waarop er met hen werd gewerkt. En ondertussen gebeurde er van alles buiten. Er werd gespeeld. Gebouwd. Geklauterd. Ontdekt. Stenen zoeken. Planten herkennen. Bomen ontdekken. Vuur maken. Hutten bouwen. En hoe langer ik daar rondliep, hoe meer ik dacht:

Waarom zouden we leren eigenlijk zo vaak loskoppelen van het echte leven?

Want op het moment dat je buiten een hut bouwt, ben je niet alleen aan het spelen. Je bent aan het rekenen. Je bent bezig met constructie. Met natuurkunde. Met materiaal. Met samenwerking. Met motoriek. Met risico inschatten. Met communicatie. Met keuzes maken. Met omgaan met teleurstelling. Met de wereld om je heen.

Dat deed me denken aan John Dewey en zijn ideeën over ervaringsgericht leren. In Experience and Education beschrijft Dewey hoe ervaring een fundamentele rol speelt in onderwijs en ontwikkeling (Dewey, 1938).

En ineens keek ik daar anders naar. Een steen is niet alleen een steen. Een boom is niet alleen een boom. Een hut is niet alleen een hut. De omgeving wordt onderdeel van wat je leert.

Natuur is niet alleen de plek waar pedagogiek plaatsvindt. De natuur ís onderdeel van de pedagogiek.

En toen stond ik daar… op een skelter

Er stonden drie skelters op het terrein. En omdat ik op sommige momenten taalkundig niet helemaal mee kon komen, besloot ik iets heel simpels te doen. Ik ging spelen. Ik racete met kinderen over het terrein. Ik vervoerde ouders. Ik zat dagenlang op die skelter.

En eerlijk? Ik vond het geweldig.

Misschien klinkt dat als een klein detail in een week vol paarden, pedagogiek en bijzondere ontmoetingen. Maar voor mij was het juist een belangrijk moment.

Want kinderen die elkaar op een camping of op het strand tegenkomen, hoeven elkaar ook niet eerst volledig te verstaan voordat ze samen gaan spelen. Ze kijken. Ze doen. Ze lachen. Ze proberen. Ze volgen elkaar. Ze dagen elkaar uit. En ineens ontstaat er contact.

Daar zit voor mij ook iets moois in vanuit de ontwikkelingspsychologie. Vygotsky beschreef spel als een belangrijke context waarin kinderen nieuwe vaardigheden kunnen oefenen en zich kunnen ontwikkelen in interactie met anderen. Spel is niet alleen ontspanning; het kan ook een omgeving zijn waarin kinderen leren handelen, communiceren en betekenis geven aan hun wereld (Vygotsky, 1978).

En daar stond ik dus.

In Duitsland.

Op een skelter.

Met kinderen die ik nauwelijks kon verstaan.

En toch waren we samen aan het spelen.

Misschien hoef je elkaar soms helemaal niet perfect te verstaan om elkaar te begrijpen.

Paarden, beweging en het zenuwstelsel

Gedurende mijn week was ook het gedachtegoed van Rupert Isaacson en de Movement Method sterk aanwezig.

En dat vond ik ontzettend interessant, omdat hier zoveel samenkomt van waar ik zelf al langere tijd mee bezig ben: beweging, regulatie, verbinding, ritme, motivatie, spel en het paard als partner.

Rupert Isaacson ontwikkelde de Horse Boy Method vanuit zijn ervaringen met zijn zoon Rowan en bouwde daar later onder andere de Movement Method omheen. Binnen zijn benadering wordt beweging gebruikt als ingang voor leren, communicatie, plezier en ontwikkeling.

Wat mij daar vooral in aanspreekt, is dat beweging niet wordt gezien als iets wat je even tussendoor doet.

Beweging ís onderdeel van het leren. Het paard beweegt. De mens beweegt mee. Er ontstaat ritme. Er ontstaat interactie. Er moet worden afgestemd. Er moet worden gevoeld. Er moet worden gereageerd. En binnen zo'n ervaring gebeurt er veel meer dan alleen fysiek bewegen.

Dat sluit ook aan bij onderzoek van onder anderen Adele Diamond, die veel schrijft over executieve functies zoals aandacht, werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit en de rol die beweging en actieve activiteiten daarin kunnen spelen (Diamond, 2013). Ook Nederlands onderzoek naar bewegen en de ontwikkeling van executieve functies bij kinderen sluit aan bij die gedachte. De Greeff en collega's onderzochten bijvoorbeeld de relatie tussen lichamelijke activiteit en cognitieve functies bij kinderen (De Greeff et al., 2018).

Dat maakt een paard natuurlijk niet automatisch tot een interventie. Maar het maakt mij wel nieuwsgierig. Want wat gebeurt er wanneer je leren, bewegen, natuur, spel en een levend wezen bij elkaar brengt?

Dat is precies de vraag die ik tijdens deze week steeds opnieuw voelde.

En dan is er nog dat bijzondere stukje: oxytocine

Binnen het gedachtegoed van de Horse Boy Method en Movement Method wordt veel gesproken over de mogelijke rol van oxytocine in verbinding en regulatie.

Dat vond ik interessant, juist omdat ik al langer gefascineerd ben door de relatie tussen het zenuwstelsel, beweging en verbinding. Oxytocine is betrokken bij verschillende sociale en fysiologische processen. Ook binnen onderzoek naar mens-dierinteractie wordt gekeken naar de mogelijke rol ervan bij sociale interactie en stress. Maar hier vind ik wetenschappelijke voorzichtigheid belangrijk.

Het is te simpel om te zeggen:

paard → oxytocine → regulatie.

Zo werkt het niet. Het lichaam is geen aan-uitknop. De context, de persoon, de interactie en de manier waarop het contact plaatsvindt doen ertoe. Juist daarom vind ik het zo interessant dat er steeds meer onderzoek wordt gedaan naar wat er fysiologisch gebeurt tijdens mens-dierinteractie. De wetenschap geeft mij hier niet zozeer een antwoord. Ze geeft mij vooral betere vragen. En misschien vind ik dat nog wel interessanter.

En ergens gebeurde er iets met mij

Terwijl ik daar rondliep, werkte, speelde, leerde en ondertussen steeds meer onderdeel werd van deze plek, begon ik mezelf steeds vaker te herkennen.

Mijn achtergrond als pedagoog. Mijn jaren als dierverzorger. Mijn werk als docent. Mijn liefde voor paarden. Mijn fascinatie voor beweging. Mijn nieuwsgierigheid naar hoe mensen leren en ontwikkelen. Mijn behoefte om buiten te zijn. Alles kwam daar samen. Niet als een theoretisch model. Maar gewoon. In de praktijk. Tussen de paarden. Tussen de mensen. Buiten.

En ik dacht:

dit ben ik.

Ik was er gelukkig. Niet op een spectaculaire manier. Maar op zo'n manier waarop je aan het einde van een dag denkt: ik wil morgen gewoon weer. Ik wilde eigenlijk helemaal niet naar huis. En toch ging ik naar huis met iets anders mee.

Energie. Nieuwe kennis. Nieuwe vaardigheden. Nieuwe ideeën. En vooral een enorme drive om verder te leren.

Misschien is dat ook wel wat John Dewey bedoelde met leren vanuit ervaring. Een ervaring is niet zomaar iets wat je ondergaat; de betekenis die je eraan geeft, kan weer richting geven aan volgende ervaringen en aan de manier waarop je jezelf en je omgeving begrijpt (Dewey, 1938).

Ik kwam naar Duitsland om iets te doen. Ik ging naar huis met iets om verder over na te denken.

Een week geven, en zoveel terugkrijgen

Wat mij misschien nog wel het meest heeft geraakt, is dat vrijwilligerswerk voor mij uiteindelijk helemaal niet voelde als alleen iets geven. Ik kwam om iets bij te dragen. Maar ik kreeg minstens zoveel terug. Ik kreeg vertrouwen. Ervaringen. Kennis. Nieuwe perspectieven. En mensen. Want ergens tussen het werken, eten, slapen, spelen en leven ontstonden vriendschappen waarvan ik hoop dat ze een leven lang meegaan. Ik vond er niet alleen een plek om een week te werken. Ik vond er een soort extra thuis. Een nieuwe familie. En misschien is dat wel het mooiste wat ik uit deze week meeneem. Dat je soms ergens binnenstapt zonder precies te weten wat je gaat vinden. Dat je een taalbarrière kunt hebben en toch verbinding kunt maken. Dat je met kinderen kunt werken zonder precies dezelfde woorden te spreken. Dat je op een skelter kunt eindigen terwijl je eigenlijk kwam om met paarden te werken. En dat je onderweg ineens ontdekt hoeveel verschillende werelden er samen kunnen komen.

Mens. Paard. Natuur. Beweging. Educatie.

Voor mij hoort het bij elkaar. En misschien is dat ook wel mijn grootste uitnodiging na deze week:

Ga eens vrijwilligerswerk doen.

Niet alleen omdat iemand jouw hulp nodig heeft. Maar ook omdat jij misschien iets kunt leren wat je nergens uit een boek had kunnen halen. Geef iets van jouw tijd, kennis, vaardigheden of energie. En kijk eens wat ervoor terugkomt. Want soms geef je een week van je leven. En krijg je er een heel nieuw perspectief voor terug. Deze week heeft me opnieuw laten zien waar mijn hart ligt: bij mensen, paarden, natuur en leren. En soms hoef je nog helemaal niet te weten waar dat precies naartoe leidt.

Soms is het genoeg om te herkennen:

hier gebeurt iets wat bij mij past.


Voor wie verder wil lezen

Delfos, M. F. (2011). Een vreemde wereld: Over autismespectrumstoornissen (ASS).

Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The “What” and “Why” of Goal Pursuits: Human Needs and the Self-Determination of Behavior. Psychological Inquiry, 11(4), 227–268.

Dewey, J. (1938). Experience and Education. Macmillan.

Green Care Farm (2026). https://cal.vorhelm.com/

Vygotsky, L. S. (1978). Mind in Society: The Development of Higher Psychological Processes.

Diamond, A. (2013). Executive Functions. Annual Review of Psychology, 64, 135–168.

De Greeff, J. W., Bosker, R. J., Oosterlaan, J., Visscher, C., & Hartman, E. (2018). Onderzoek naar de relatie tussen lichamelijke activiteit en executieve functies bij kinderen.

Isaacson, R. Horse Boy Method & Movement Method. https://horseboymethod.com/